fbpx

Mijn blog

Omdat ik graag schrijf, en soms mijn mening, gedachten of verbazing wil ventileren, hou ik een blog bij. 
Mijn verhalen over de Camino zijn inmiddels gebundeld in 2 boeken.

Gezin

Is dat normaal?

“Gebeurt dat vaker?” Vraagt ze, nadat ze haar eerste tranen sinds jaren wegveegt. Ze is amper 5 minuten binnen en we zijn begonnen met een hele simpele oefening. Ademhalen. Gewoon even je ogen dicht doen en diep ademhalen. Na 2 ademhalingen vroeg ik haar langzaam haar lijf te gaan scannen. En meteen gebeurde het.

“Ja”, zeg ik, “dat gebeurt heel vaak.” Het valt me op, hoe vaak mensen daarnaar vragen. Hoe ze hopen dat ze niet raar zijn, als ze zo snel in tranen zijn.

Wat is dat toch met ons of met de samenleving die we samen neerzetten, dat emoties niet zichtbaar mogen zijn? Ja, misschien blijdschap, dat dan weer wel. Maar diepe gevoelens die ruimte nodig hebben, lijken we vooral weg te willen stoppen. Want als we die laten zien, zijn we zwak.

Liever noem ik het kwetsbaar. En hoe in hemelsnaam denk je ooit écht sterk te kunnen zijn, als je je kwetsbaarheid niet wilt voelen. Niet wilt laten zien.

Wat is de boodschap die we daarmee geven? Blijf maar tegen me aan boksen, ik blijf wel staan? Ik incasseer wel?

Veel mensen geven hoog op over authenticiteit, eerlijk zijn of ‘gewoon’ jezelf zijn. Maar de enige manier om eerlijk te zijn, naar de ander én jezelf, is toestaan (toegeven misschien wel) dat je dingen voelt. Gevoelens, emoties, ze horen erbij. Ze horen bij jou. Jij kunt niet jezelf zijn zonder al die gevoelens.

Gaan we dan de hele dag met tranen op onze wangen door het leven. Nee, natuurlijk niet. Want als het taboe afgaat van jezelf toestaan om te ‘voelen’, worden gevoelens voelen en laten zien veel minder spannend. Ze zijn er gewoon. Ze raken je. Een moment. En omdat je ze mag voelen, ebt het heel snel weer weg. Dan is er geen schaamte meer of angst voor afwijzing. Dan zíjn we gewoon. Precies zoals we zijn. Authentiek, eerlijk en onszelf. Met alles wat daarbij hoort. En alles wat we voelen. En dat is dan oké.

Ik weet het, zo werkt onze maatschappij niet. Hopelijk nóg niet. Er zijn andere verwachtingen, patronen en ongeschreven afspraken. Maar ik geloof dat dat gaat veranderen. En sneller dan we soms denken. Tot die tijd blijf ik mensen ruimte geven. Leer ik mijn cliënten even écht te voelen. Te ervaren dat het minder eng is dan ze dachten. En elke traan die vloeit heeft een krachtige, helende werking. Elke traan zorgt voor een beetje meer ‘ik’. Elke keer weer. Er ontstaat letterlijk ruimte. Ruimte voor verandering. Ruimte voor ontwikkeling. Ruimte voor jezelf. En oh wat ben ik dankbaar dat ik toeschouwer mag zijn van die eerste stap. Pure magie!

All is welcome here.

Grote knuffels

Vanmorgen beleefde ik een uniek moment. Uniek en toch zo vertrouwd dat ik er pas na afloop achterkwam dat het bijzonder was. 

Mijn grote smurf kwam – geheel uit zichzelf – bij mij in bed liggen. Om lekker samen wakker te worden. En ik realiseerde me dus dat dat al een hele poos geleden is. Het voelt nog steeds vertrouwd. Zijn lange, knokige lijf tegen me aan. Alsof het gisteren was dat ie dat deed. Maar dat was het niet. 

Onze ochtenden kenmerken zich door rust. Als sinds we kinderen hebben, nu bijna 10 jaar, zorgen we ervoor dat we voldoende tijd hebben, zodat we de dag niet hoeven te starten met haast en stress. Natuurlijk, het blijven kinderen, dus om 8.10 uur klinkt ook in ons huis: “Kom op, het is tijd. Heb je je schoenen nog niet aan? En waarom heb je je tas nog niet uitgepakt van gisteren?” 

Maar de rest van de ochtend verloopt relaxed. We nemen de tijd om langzaam wakker te worden. En ontbijten met z’n allen aan tafel. Maar dat samen langzaam wakker worden is vooral het stuk waar ik het meeste van geniet. En dus merkte ik vanmorgen dat dat niet meer zo vaak met mijn grote smurf is. 

Hoorde ik vroeger om stipt 7u trippeltrappel voetstapjes naar ‘het grote bed’ komen om knuffels te halen, al geruime tijd ben ik degene die het bed uit moet voor die lekkere ochtend knuffels. En die van grote smurf zijn er dan ook niet echt. Hij kijkt me liever zijn bed uit, zodat ie door kan met Duckies lezen. Natuurlijk. Ik zie ook wel dat dat goed is. En dat dat erbij hoort. Maar toch… 

Gelukkig is mijn kleine uk net zo’n groot liefhebber van knuffels als ik, dus kruip ik lekker bij hem in bed en starten we de dag samen. Want de kinderen hebben het misschien steeds minder nodig, ook ik gedijde goed bij die heerlijke knuffels en armpjes om mijn nek. En ben nog niet klaar om dat helemaal op te geven. En gelukkig hoeft dat nog niet, want uk heeft het grootste hart van de wereld en deelt met liefde knuffels uit. We kletsen over school, sporten, werk en wat we die dag verder willen doen. Hij laadt op en is klaar voor de dag. Ik ook. Lekker keuvelen en dan langzaam opstaan en naar beneden tafel dekken. Heerlijk, die momenten. 

En vanmorgen vleide dus ineens mijn knappe slanke jongen zich tegen me aan. Weer in het grote bed. Hij laafde zich aan mijn warmte en lag heerlijk in mijn armen te nixen. Dit jaar wordt hij 10. Poeh. Das best al oud. Maakt van mij ook al 10 jaar mama. Ook al best lang. Gek idee, want het moment dat ik als mama geboren  werd, lijkt echt pas geleden. 

Zo heerlijk als hij vroeger tegen me aan kon kruipen (niet te lang, want hij had een hele wereld te ontdekken en daar kon hij niet snel genoeg mee beginnen, vond hij), zo lag hij nu weer. Helemaal op z’n gemak. Wij samen. Onvoorwaardelijk. 

Ik realiseer me als geen ander dat deze momenten steeds spaarzamer zullen worden. Hij heeft me steeds minder van nabij nodig. Hij heeft nog steeds een wereld te ontdekken. Vrienden, waarheden, avonturen. En dat is goed. Door deze sporadische knuffels weet ik dat hij zijn weg wel gaat vinden. Ook weer terug naar mij, als ie me wel nodig heeft. En hij weet dat ik er dan ben. Om op terug te vallen. Om even bij op te laden. Om even op te warmen als de wereld koud blijkt te zijn. I’ll be there. 

Straal!

Een hele poos geleden was ik bij het Shine Festival, de eerste editie. In een inspirerend pand in de wat minder inspirerende omgeving van Amstelveen kwamen ongeveer 150 vrouwen bij elkaar om zichzelf in het licht te zetten. Er waren verschillende workshops en een leuke markt waar je hebberig van wordt. 

Ik kwam er enigszins met een raar gevoel vandaan, merkte ik. Toen ik dat gevoel toeliet, kwam ik uit bij de oorzaak: de handlezeres. Die had me niet zo lekker naar huis gestuurd. Misschien kwam het omdat ik vijf minuten te laat op de afspraak kwam, omdat ik in gesprek was geraakt met een vrouw en we niet uitgepraat raakten. Maar goed, als iemand Flow moet snappen, dan waren het deze mensen wel, dacht ik. Maar niet deze handlezeres. Met een diepe zucht en wegdraaiende ogen ging ze me uiteindelijk voor naar haar tafeltje. Toen ik moest bekennen dat ik niet had gekozen voor een van de workshops over handlezen, leek bij haar de maat vol. Ik was een lastige klant. Met de kennis van nu had ik op dat moment op moeten stappen, haar moeten bedanken voor haar moeite en nogmaals excuses moeten aanbieden voor mijn late komst. 

Ware het niet dat mijn enthousiaste innerlijke jongetje razend nieuwsgierig was naar wat er nu in mijn handen te lezen valt. Dus ik bleef zitten. Haar eerste vraag was of ik anderen vaak over mijn grenzen liet gaan. Ik wilde antwoorden: ‘één minuut geleden nog!’ Maar zo ben ik niet opgevoed. 

Verder bracht ze het opgewekte verhaal dat ik behoorlijk hard aan het werken was. Ik moest maar wat meer in de flow komen. Voorzichtig probeerde ik haar te vertellen dat ik juist het idee had dat ik afgelopen jaar een enorme balans heb gevonden in mezelf. “Ja, maar ik weet natuurlijk niet hoe je handen er een jaar geleden uitzagen.”, kreeg ik als antwoord. Oké, dus blijkbaar ben ik nog steeds aan het strijden. Ik voel hem niet, maar zij zal het wel gelezen hebben. 

Verder vertelde ze me over het pauwoog op mijn rechter ringvinger. Dat geeft aan dat je genezende krachten in je hebt. Waar ik dat eerst een mooi ‘compliment’ vond (want ja, een compliment voor iets dat je hebt gekregen, is toch een beetje gek), maar meteen daarna zij ze: “iedereen wil een pauwoog.” Huh? Iedereen wil genezende krachten? Why? Ik denk als je dat aan de gemiddelde voorbijganger op straat vraagt, meer dan de helft er snel van wegloopt. Maar goed, ik weet nu dus dat iedereen dat wil. 

Tenslotte bleek ik nogal duaal: ik hield enorm van harmonie en balans, maar was ook een harde werker, type ‘schouders eronder’. Ik miste de dualiteit, maar toen ik wilde vragen waarom dat elkaar tegensprak, riep ze: “de tijd is om. Ik kan natuurlijk niet zoveel doen in zo’n korte tijd. Zeker omdat je later was.”

Daar stond ik dus met mijn dualiteit en mijn harde gevecht tegen mezelf. En zo ging ik naar huis. Nou is het niet eerlijk om deze ervaring als referentie te gebruiken voor de hele dag. De rest was namelijk wel echt heel erg leuk en leerzaam. 

Tijn Touber, hoofdredacteur van Happinez, trapte af met een mooie lezing. Hij kreeg 150 vrouwen stil, wat op zich al knap is, maar zelfs in verschillende visualisaties. Vond ik knap bij zo’n grote groep. Een aantal mooie dingen die hij vertelde:

– hoe minder je doet, hoe meer je bent. Een mooie uitspraak die voor mij de spijker op z’n kop slaat. Zodra je iets doet (oplossen, pijn bestrijden, nog harder werken in de hoop dat het dan wel lukt), heb je dus een conflict met wat is. Wanneer je alles er kunt laten zijn, zonder oordeel of beperkende gedachten, ben je compleet in het nu en vervagen problemen als sneeuw voor de zon. 

– glimlachen helpt je gedachten minder serieus te nemen. Echt, het werkt. Probeer maar!

– Mijn favoriet: Boeddha is de nieuwe tuinkabouter. Waarmee hij wilde zeggen dat gelukkig de grenzen en regels langzaamaan soepeler worden. Je hebt nu de vrijheid zelf keuzes te maken. 

– je speelt een rol of hebt gedachten, je bent niet die rol of gedachten. Dat geldt zelfs voor de rol van moeder. In die rol maak je je druk: doe ik het wel goed? Speel je rol, maar blijf bij jezelf. Jij bent jij, niet die rol. 

– en een hele mooie: alles wat jij helemaal kunt toelaten aan emoties, zal jou los gaan laten. De emotie hoeft dan niet langer aan je te blijven plakken, want het mag er nu helemaal zijn. Het laat jou los. 

Leuke man, Tijn, en een goede verteller. De rest van de dag heb ik twee dingen gedaan , way out of my comfortzone. De eerst was zingen in een groep. Mooie workshop waarin je de kracht van muziek voelt en de belemmeringen die je tegenhouden even helemaal toelaat. Vanessa Leon is een kei van een vocal coach die ons in een uur zowaar een lied uit volle borst, in de maat en op toon liet zingen. Chapeau! 

Mijn tweede uitdaging was een fotoshoot. Waahhhh, doodeng. Dat is ook de reden dat ik graag zelf de camera vasthoud. Dan hoef ik niet zelf. Maar nu dus wel. En waar de fotografe me complimenteerde over mijn mooie eigenschappen, kon ik het resultaat niet toejuichen. Later in de workshop vertelde ze waarom: we hebben allemaal geleerd dat we alleen mooi genoeg zijn voor een foto als we lachen. Ben ik zelf ook heel schuldig aan. Ik vraag mijn kinderen ook vaak genoeg om een lach als ik ze wil vastleggen. Dat ga ik nu proberen af te leren. Tweede inzicht kwam doordat ze vertelde dat je zelf alleen jezelf ziet in spiegelbeeld. Op een foto, als je dus ‘normaal’ erop staat, zoals anderen je zien, klopt dat niet met het beeld dat je van jezelf hebt. Natuurlijk speelt licht, compositie en momentum een grote rol, maar niet zo’n grote als je spiegelbeeld. Je hebt letterlijk een vertekend beeld van de werkelijkheid. 

Het zal jullie allemaal logisch in de oren klinken, en het was voor mij ook niet nieuw, maar deze keer kwam het wel binnen. En realiseerde ik me voor het eerst dat ik echt een ander werkelijkheid heb dan de mensen om me heen. Dat werd heel concreet door die foto’s.

Al bij al dus een hele fijne dag. Waarbij ik ook nog de mooiste edelsteen ever heb gescoord (quantum Quattro) en daarbij wél heel goed werd geholpen door een hele lieve vrouw. Die me op afstand kon lezen en wist wat bij me past. Laat ik die herinnering maar bovenaan plaatsen en snel mijn handen vergeten. Op naar de wintereditie van dit mooie event.

Tijd

Als kind had ik alle tijd. Om te spelen, te niksen en vooral gewoon te zijn. Tijd bestond niet. 

Als puber altijd tijd over. Tijd om te chillen met vriendinnen. Of te lummelen, zoals Marieke van Dijk zo mooi zegt. Om te hangen, op de bank, op je kamer en ach, eigenlijk overal wel een beetje.

Daarna tijd zat. Om te werken. Te stappen. Op reis te gaan. Naar de bios. Weekendje weg. Het leven vieren. Borrelen. En nog meer feestjes.

En toen kwam geen tijd. Een kleine wereld. Want hoe ver kom je, lopend met de wandelwagen. En je dag al uitgetekend op de klok. Alles lijkt om de klok te draaien, zodra je kinderen krijgt. En aangezien mijn Hsp’tje zeer goed gedijde bij een militaire precisie op gebied van regelmaat, kregen de klok en de tijd grip op me. Soms hielden ze me zelfs compleet in de tang.

Na heel wat jaren me vastgezet te hebben gevoeld door de klok en vooral mijn beeld wat ik met die tijd wilde doen, hakte ik de knoop door. Meer tijd thuis. Weer die tijd… Nu ben ik inmiddels een jaar weg van kantoor en bezig met mijn eigen zaakjes op orde te krijgen. Letterlijk. Ik voel me trots. Want ja, ik had eindelijk meer tijd thuis. Met de kinderen. Niet langer die spagaat tussen werk en kinderen. Geen stress meer als er eentje ziek wordt. Omdat je zorgvuldig gebouwde kaartenhuis van school, opvang, oppas, vriendjes dan compleet instort.

Nee, nu heb ik meer tijd. Ja, lekker. En toen zei mijn uk van 6 deze week dat ik te weinig tijd voor hem had. Wat? Huh? Hoezo? Ik sprong in alle verdedigingslinies die je kon bedenken. Ik had er toch voor gezorgd dat ik elke dat thuis kon zijn na school? Ik haalde hem toch altijd op? Bracht hem weg naar zijn clubjes? Deed spelletjes? Huh? Hoezo?

Totdat het antwoord bij me binnenvloog. Omdat dat ook de reden was waarom ik meer thuis wilde zijn. Het ging niet om meer tijd. Tijd speelt namelijk geen rol. Tijd bestaat niet. Alleen het nu. Aandacht. Aanwezigheid. Dat is het. Ik was weliswaar fysiek aanwezig. Maar oh zo vaak nog even dit of nog even dat aan het doen voor mijn bedrijf. Tussen neus en lippen door. Maar er gebeurde best veel op dat stukje bovenlip. Best vaak moest ik nog ‘even’ een mailtje sturen. ‘Ik kom zo!’ Nog even een belletje.

En natuurlijk deed ik ook dat vanuit liefde. Want hoe fijn is het als je aan je eigen zaak, je eigen passie kan werken. Het ís niet eens werken. Het is mijn missie. Mijn bestemming. Maar de weg zelf en vooral mijn reisgenoten in de vorm van mijn kinderen, zagen mij veel te veel naar de horizon staren. Waardoor ik niet zag welke prachtige bloemen er langs de weg bloeiden. Zoals diezelfde mooie kinderen. Tijd had ik wel. Maar mijn aandacht was niet in het nu. En het nu is het enige dat telt voor kinderen. Morgen komt vanzelf. Volgende week is lichtjaren weg. Wat een boodschappers van mindfulness zijn kinderen toch.

Meteen na het gesprek met mijn uk nam ik een besluit. Meer in het nu. Meer aandacht. Meer aanwezigheid. Als ik er ben, ben ik er echt. Geen afleiding, geen vijf stappen vooruit denken. Vooral niet denken. Alleen maar zijn. Volop aanwezig voor mijn kinderen. Ikmzucht tevreden. Totdat zij  vragen: Mam, mogen we op de iPad?

Zucht. 😏

maart 2016 – The day after. En het voelt inderdaad een beetje als een kater. Na de aanslagen in november in Parijs, is gisteren Brussel getroffen door veel verschrikkelijks. Ik merk dat ik het niet kan bevatten. Ik lijk mijn ogen te willen sluiten. Voor het leed. Voor de pijn. Maar misschien vooral wel voor de intentie waarmee deze afschuwelijke acties zijn uitgevoerd. Bruut.

Mijn eerste reactie is: wegwezen hier. Ik ga op zoek naar een land waar dit allemaal niet zo dichtbij kan komen. Een land waar wreedheid niet bestaat. Een land waar mensen alleen maar liefdevol samen willen leven. Oordeelloos. Neverland. Never, omdat dat nooit, nooit zal gebeuren. Dat land ga ik niet vinden. Er is geen vrede zonder oorlog, er is geen zachtheid zonder wreedheid. Er is geen licht zonder donker.

Ik heb geleerd mijn donkere kanten te omarmen. Na een zeer onwennig begin, kom ik nu wat meer in een comfortzone terecht als ik slechte eigenschappen toelaat. Omarm zelfs. Maar hoe doe ik dat nu met deze wereld? Deze donkere kant van de wereld. Van een groep mensen die ook onderdeel zijn van onze samenleving. Die gitzwarte, donkere kant. Hoe kan ik die omarmen? Hoe kan ik daar liefde voor blijven voelen?

Voorlopig lukt het me niet. Ja, ik kan liefde voelen. Universele liefde. En omdat ik 100%, en misschien vandaag wel 1000% in liefde geloof, stuur ik mijn universele liefde ook de wereld in. Naar de slachtoffers. Naar de nabestaanden. Naar iedereen die geraakt is door dit nieuws. Maar ik stuur het ook naar de ‘slechteriken’. En naar wie zij hun ‘vrienden’ noemen. En hun ‘leiders’. Niet omdat ik liefde voor ze voel, maar omdat ik ze liefde wil geven. Ik gun ze liefde.

Omdat misschien… misschien als ze maar een sprankje liefde voelen. Een klein splintertje liefde durven toelaten door hun harnas. Een klein vlammetje van hoop durven laten branden in hun hart. Misschien, heel misschien, voelen ze zich dan warm worden van binnen, zoals ik dat kan ervaren. Durven ze langzaam van onze mooie wereld te houden. Onze prachtige planeet. En zaaien we zo een stekje voor genegenheid, die kan uitgroeien tot iets groots, iets moois voor de prachtige mensen die onze aarde bevolken. En kunnen zij, misschien wel voor het eerst in hun leven, liefde voelen. Ook voor de mensen die anders denken. Die anders leven. Die anders geloven. Die geloven in vrijheid. In samen. In het leven vieren. In liefde. Zoals ik.

Want als ik jou jou kan laten zijn, met al jouw gedachten en overtuigingen. Jij helemaal mag zijn zoals je bent. Zonder oordeel, in vertrouwen. Misschien, heel misschien, wil jij mij dan ook mij laten zijn. Omdat ik ben wie ik ben. Niemand meer, en niemand minder.

Voor nu kijk ik, triest, naar die donkere kant van de wereld. Ik zie hem. Reken maar dat ik hem zie. En voel. Mijn licht gaat echter uit naar de andere kant. Want wat je aandacht geeft, groeit. En dan kies ik voor de liefde, niet voor de haat. Uit volle overtuiging. Dan wint kracht van macht. Laat onze liefde zich verspreiden tot we allemaal geraakt zijn, verlicht in ons hart.